355. Dag 'Wies'...
ALS DE LENTE komt in 't land zoals ze dat vorig weekend deed, dan mogen wij ons aan mooie dingen verwachten. Zo werd ons eertijds toch voorgehouden en dus namen we dat maar al te graag voor waar aan. Als dan net op dat moment het omgekeerde zich voordoet, als tijdens het eerste lenteweekend een bericht je bereikt dat een meer dan goede vriend, een warm mens, een soulmate "ging slapen en de volgende ochtend niet meer wakker werd"... dan staat de wereld stil.
In die beweegloosheid zoek ik al dagenlang naar woorden om hier te delen, woorden die enigszins kunnen weergeven wat hij voor mij betekent. Betekent ja, niet 'betekend heeft' of betekende. Wat 'Wies Van Oers' voor mij betekent...
Want over jou gaat het hier, goede vriend. Je bent nauwelijks 2 jaar ouder dan mezelf, en dus was het toevalligerwijs mogelijk dat we samen in eenzelfde school in éénzelfde 'graad' konden 'zitten'. In ons geval was dat 't College van de Redemptoristen in Essen. We kenden elkaar van haar noch pluim, maar toen ik in de 'hogere graad' arriveerde bestond de mogelijkheid om tijdens de pauzes samen met de 'groten' te sporten. Hoe of wat dat geweest is, want jij voetballer en ik beginnend basketspelertje, kan ik me niet meer voor de geest halen. Zou het misschien nog eens aan jou moeten vragen... Feit is dat jij een plek kreeg in de rij van 'gasten' die ik niet ging vergeten én waar ik, want 2 jaar jonger, naar opkeek.
Enkele jaren later kruisen onze wegen elkaar opnieuw: we zitten in Leuven op kot in een tot studentenhuis/'peda' omgevormd kloostergebouw van dezelfde dienaren van de Allerheiligste Verlosser. Jij kwam voor je licenties, vandaag de masterjaren, Germaanse Filologie en ik begon aan 't Sportkot. Studiegewijs hadden we niks met mekaar te maken, wel was er op 't eind van dat academiejaar een WK voetbal. Mexico 1970. Rechtstreekse uitzendingen konden gevolgd worden op een tv in de ontbijtzaal/ontspanningsruimte/ zithoek. En we gingen kijken, soms tot in de kleine uurtjes, maar 'onzen blok' mocht er niet onder lijden. Bovendien was er elke dag om 16u00 een studie-break met mogelijkheid tot een potje voetbal voor de geïnteresseerden. Dat kon dan wel eens met ene Georges Leekens zijn, aka 'Mack the Knife'. Verder geen bijzonderheden, Wies? Denk het ook niet, tenware het feit dat de poets- en ontbijtservice verzorgd werden door 'Broeder Bob' Vanhole, welbekend in Essen en omgeving. En dat tot ons aller genoegdoening.
We zijn elkaar na dat ene jaar iets langer uit het oog verloren, is het niet Wies? Blijkt dat we het allebei, met Aloysia en La Pola erbij 'allevier', behoorlijk druk hadden die jaren. Al was het maar om beiderzijds en bijna tegelijkertijd te trouwen in 1974. Maar dat werd ingehaald en tot onze gedeelde vreugde meer dan goed gemaakt door wat het lot in 1977 voor ons in petto had. Jij was al aan de slag in Pito toen ik enkele jaren later het lerarenkorps aldaar kwam vervoegen. Mijn entree in de leraarskamer en jouw reactie daarop staan gebeiteld in mijn geheugen: "Ho maar, kijk wie ze daar binnensmijten...!?" En we waren vertrokken. Het werden drie razendsnel verlopen decennia vol collegialiteit, wederzijdse waardering, gedeelde interesses, sportdagen waarbij jouw assistentie uitermate werd gewaardeerd, smaakmakende deugnieterijen tot en met het onvergelijkbaar genot om middels de aansturing en motivatie van uw nazaat Fré allebei aan het bloggen te slaan. Om het de anderen wat makkelijker te maken bleven we in hun bijzijn nog steeds 'Wies' en 'marrek' terwijl we in onze, bij aanvang onderlinge, publicaties steevast de pauselijke aanspreking Aloysius Primus en het naar exploratiedrift verwijzende Marco Polo gingen gebruiken. Er werd uitgekeken naar elkanders publicaties waarin, en dit dien ik ootmoedig en terecht te bekennen, jouw taalpracht en woordenkunst absoluut de allerhoogste toppen scheerden. Tot en met je laatste aflevering op 15 november 2010 werd reikhalzend uitgekeken naar AP's maandelijkse publicaties.
Ondertussen was je overgestapt op de status van 'op rust gestelde' of zoals op je blogprofiel te lezen staat 'taalleraar in ruste - opa'. Een periode waarin zoveel mogelijk genoten werd en we vaak samen deelnamen aan de activiteiten van de Pito-plussers. Een wandeling hier, een uitstap daar, een barbecue... Daarnaast was er ook die aparte band met 'Nonkel Fons', je fietsmakker uit de laatste Pito-jaren. Dag in dag uit de rit van Nieuwmoer over Kalmthout naar Stabroek en terug om daar de leerlingen van 'ons Instituut' zoals jij dat zo mooi kon omschrijven de nodige taalvaardigheid bij te brengen. De eerlijkheid gebiedt me nu toe te geven dat hier niet al die ervaringen en belevenissen onder woorden zijn te vangen. Vandaar de collage bovenaan dit epistel: veel te weinig foto's die stuk voor stuk veel meer zeggen dan de vaak aangehaalde 'duizend woorden'. Foto's waarop we jou in mooi collegiaal gezelschap én in blakende vorm zien tijdens een legendarische potje boerengolf ter gelegenheid van een sportdag in het 'verre' verleden. Een waarop je mij met open armen ontvangt in een MP-filiaal hetwelk 'en stoemelings' op je pad kwam tijdens een zuiderse trip, of waren jullie er dat hele eind voor omgereden? Een ernstig integere onder de Menenpoort in Ieper, en meerdere in ander goed gezelschap bij verschillende gelegenheden: een portret met Nonkel Fons op Pito-wandeling, eentje met uw soezende dienaar op een bankje bij een natuurhuisje, eentje met Aloysia en Pola en nog een met Pito-plussers tijdens een wandeling...
Net als zovele keren in de 'Mededelingen van Aloysius Primus' en die van Marco Polo is het nu tijd om de blog af te ronden. Als het mag wil ik daarbij voor eigen gebruik graag de ultieme afscheidswoorden van je broer Johan lenen
Ga maar, Wies, ga maar.
Wij blijven nog even hier.
Hier, ja hier.
In gedachte... bij jou.
Jouw vriend,
'Marco Polo'
Reacties
Een reactie posten